De DoofpotOmdat een officiële verklaring of mededeling uitblijft over Ufo’s wordt de verleiding groter te geloven in een cover-up verhaal. Dit wordt aangemoedigd door het feit dat er aanwijzingen bestaan die een cover-up ondersteunen.
Waarom een doofpot? Het antwoord kan worden gevonden als men zich probeert te verplaatsen in de positie van de Amerikaanse overheid in combinatie met een omstreden Ufo-gebeurtenis in 1947 in de staat New Mexico. Voordat deze gebeurtenis wordt samengevat, worden eerst drie redenen genoemd die een Ufo-doofpot kunnen verklaren.Mogelijke redenen voor een Ufo-doofpot
Strategisch: Technologische voorsprong niet uit handen geven
Stel dat de Amerikaanse regering (en andere regeringen of geheime kringen boven deze regeringen) kennis heeft van het feit dat onbekende intelligenties ons hebben bezocht en nog bezoeken. Zou het dan niet logisch zijn dit nieuws met uiterste zorg, strategisch te beschermen om de eerste te zijn die deze techniek van ‘vliegen’ zelf kan verwezenlijken? Dat hierbij andere zaken voor de politiek relatief onbelangrijk worden en in prioriteit lager worden gezet, want regeren is vooruitzien? Wat is uitdagender voor een machthebbend land dan de mogelijkheid niet alleen afhankelijk te zijn van de aarde, maar dat levensbehoeften eventueel ook elders kunnen worden gehaald als blijkt dat deze techniek van ‘vliegen’ astronomische afstanden kan overbruggen? En bovendien, een leger uitgerust met dergelijke ‘vaartuigen’ zou oppermachtig zijn. Dergelijke overwegingen zullen wellicht ook hebben gespeeld bij de Amerikaanse luchtmacht en regering toen ze in bezit kwamen van de gecrashte Roswell-Ufo.
Economisch: Handhaven stabiliteit economie
Er is mogelijk nog een belangrijke reden waarom informatie over Ufo's wordt achtergehouden. Zoals eerder is genoemd, verstoort het geven van belangrijke informatie de rust of orde. Er ontstaat in politieke kringen onrust als informatie lekt, of als een minister corrupt blijkt te zijn. Er heerst rust of orde als een commandant soldaten het bevel geeft te gaan mobiliseren en daarbij bepaalde informatie achterhoudt. Vertelt de commandant daarentegen dat zij een gebied betreden waar ze geen kans maken, dan zal het opvolgen van het bevel heel wat chaotischer verlopen.
Als aan het publiek officieel de informatie wordt gegeven dat onbekende intelligenties worden waargenomen met zeer grote snelheden zonder geluidsoverlast, dan zal het publiek zich bepaalde zaken afvragen:
Naast dat er vragen komen over onze kennis en de geschiedenis zal daar de vurige wens zijn om zichzelf zo te verplaatsen in plaats van in een auto, boot of vliegtuig.
Tevens zal men zich afvragen of het huidige systeem nog wel bestaansrecht heeft in de toekomst: luchtvaartmaatschappijen, reisorganisaties, oliemaatschappijen, de auto-industrie, de scheepvaart. Het geldcircuit kan door dit nieuwsfeit flink uit balans raken, want investeringen zullen niet meer zo voor de hand liggen.
Bij verplaatsing met zeer hoge snelheden zoals die bij Ufo’s worden waargenomen, is het wellicht ook mogelijk het werk en het wonen ver van elkaar te scheiden, waardoor het hele stelsel van nationale wetten en regels op losse schroeven komt te staan.
Kortom, er bestaat een grote kans dat de economie een klap krijgt te verduren die zijn weerga niet kent met alle gevolgen van dien.Politieke machtstructuren behouden
Ook kunnen economische activiteiten voor de machtshebbers in een ongewenst perspectief komen te staan, als blijkt dat de competitie zich niet onderling op aarde afspeelt, maar dat de aarde in competitie verkeert met andere beschavingen buiten de aarde.
Wat aan de doofpot vooraf ging
Het Roswell-incident (1947)
Begin juli 1947 heeft het Amerikaanse leger in New Mexico iets weggeruimd. Hierover bestaat geen twijfel. De prangende vraag wát is weggehaald, is niet onbeantwoord gebleven, maar nog wel onbewezen geacht.
In de jaren zeventig begon Friedman met lezingen over Ufo’s. Friedman was toen nog niet bekend met het Roswell-incident.
Hij vernam pas van het bestaan van Roswell toen na zijn lezingen mensen naar hem toe kwamen en er over vertelden. Deze mensen waren vrienden of kennissen van getuigen die op de een of andere manier toen nauw betrokken waren bij de Roswell-gebeurtenis.
Zij vertelden Friedman wat ze van die getuigen hadden gehoord. Op die manier kreeg Friedman steeds meer stukjes Roswell- puzzle in handen uit verschillende bronnen.
Hij bezocht de getuigen en hoorde weer nieuwe namen. Velen wisten zich de exacte datum van de gebeurtenis niet te herinneren totdat de Engelse acteur Hughie Green opdook, die ten tijde van de gebeurtenis door Amerika reisde en het nieuws over de crash van een vliegende schotel op de radio had gevolgd. De datum die hij wist te herinneren was vier juli 1947. Krantenberichten van en rond die datum hielpen Friedman (en zijn team) vervolgens verder in zijn speurtocht naar de werkelijke feiten over deze gebeurtenis.Voor de wereld begon die gebeurtenis na een persbericht van het leger over de vondst van een neergestorte vliegende schijf. Al twee jaar lang werden in heel Amerika vliegende schijven waargenomen. Men kon wel spreken van een Ufo-golf die kort na de Tweede Wereldoorlog Amerika overspoelde. De Tweede Wereldoorlog was nog maar net voorbij toen deze vondst zich voordeed. Wat was er gevonden? Was het van Russische aard? Was het iets van de Nazi's? Japans? Iets buitenaards? De bekendmaking van de vondst trok vanzelfsprekend niet alleen de belangstelling van de Amerikaanse bevolking maar van de gehele wereld.
(Zie krantenberichten in Nederlandse kranten)Toen gebeurde er iets onverwachts. Het nieuws over een gevonden schijf werd door het leger veranderd in de vondst van een weerballon. Deze plotselinge ommezwaai in verklaring is opmerkelijk, omdat de vondst zich voordeed in een gebied waar wetenschap en techniek op hoog niveau is geconcentreerd: het leger zou het verschil tussen een weerballon en een schijf toch moeten kunnen herkennen.
Bovendien werd het gebied van de crash afgezet, met stofzuigers schoongemaakt en werden getuigen gezegd hun mond te houden over de kwestie.
Ook werden getuigen, die mogelijkerwijs een stukje bewijs-materiaal hadden opgeraapt, zoveel mogelijk opgespoord en 'aangespoord' tot het afgeven van het materiaal om het te laten onderzoeken.Inmiddels zijn uit verschillende bronnen verklaringen afgelegd over wat er toen is gezien. De verklaringen tonen sterke overeenkomsten en wijzen op een gebeurtenis waarvan de waarheid het daglicht niet mag verdragen. Er werd bijvoorbeeld gesproken over flinterdun superlicht metaal, lijkend op aluminiumfolie dat niet beschadigd kon worden, zelfs niet door er met een hamer op te slaan. Het kon gekreukt worden, maar sprong altijd weer in dezelfde gladgestreken toestand terug. Er waren stukjes licht houtachtig materiaal bij dat niet kon branden en er waren stukken van een soort papier gevonden dat deed denken aan perkament. Hierop stonden vreemde paarsachtige tekens opgesteld in kolommen of rijen.
Een van de eerste getuigen was Jesse Marcel, veiligheidsofficier bij de Roswell Army Air Force. Jesse heeft nog nooit anders beweerd dan dat wat hij gevonden had, beslist geen weerballon was. Kort na de de gebeurtenis werd Jesse Marcel bevorderd en naar Washington overgeplaatst. Daar werkte hij mee aan een project dat moest onderzoeken of ook Rusland in staat was succesvol een atoombom te laten ontploffen. Hij schreef hierover een rapport dat door president Truman officieel werd voorgelezen.
Nog vreemder werd het toen Friedman meer getuigen opspoorde, waaronder burgers en militair personeel die spraken over vreemd uitziende bemanningsleden die bij het wrak waren gezien, waarvan een enkeling misschien nog in leven was. Het waren kleine gedaanten (ca. 1.30 m) met in verhouding tot hun lichaam, een groot en kaal hoofd met lange dunne ledematen.
Glenn Dennis, gepensioneerd lijkschouwer (die tijdens de gebeurtenis werkzaam was op de Roswell Army Air Force) getuigde in 1989 voor de camera in een interview met Stanton Friedman, dat hem door de telefoon merkwaardige vragen waren gesteld zoals 'of er chemische middelen waren om lichamen te behandelen die al enige tijd dood in de woestijn hadden gelegen' en 'wat de kleinste maat kisten waren'. Autoriteiten bleven hem met tussenpozen steeds bellen om vragen te stellen over hoe ze
het beste met de lijken moesten omgaan.
Toen Glenn later in het gedeelte kwam waar het materiaal was gebracht, vroeg een bevriende verpleegster verrast hoe hij daar was gekomen en zei dat ze hem iets zouden doen als ze hem daar vonden.
Inderdaad ontmoette hij hooggeplaatste officieren (‘big birds’) die hij daar nooit eerder had gezien. Met schrik in de ogen vroeg een officier hem wie hij was en wat hij daar kwam doen (Dennis was civiel lijkschouwer, maar gestationeerd op de luchtmachtbasis RAAF). Na zijn antwoord werd hij daar ogenblikkelijk vandaan gehaald.
Op een later moment vertelde de verpleegster aan Glenn dingen te hebben gezien waar ze nogal van overstuur was geraakt. Ze gaf hem een schets van een hoofd van een overleden bemanningslid en van een hand met vier vingers waarvan de vingertoppen leken op een soort zuignapjes. De verpleegster zou later naar Engeland worden overgeplaatst en niet lang daarna is zij spoorloos verdwenen. Glenn heeft niets meer van haar vernomen. Een brief die hij haar had gestuurd, werd geretourneerd met 'deceased' (overleden).Er moet worden opgemerkt dat het Roswell-incident bestaat uit twee crash-gebieden: die van wrakstukken bij Corona (district Roswell) en een neergestorte disk even ten westen van Socorro, op de San Agustin Plains, ongeveer 200 km ten westen van Corona, alsof de schijf na een explosie bij Corona nog 200 km kon voortgaan.
Getuigen op de San Agustin waren onder meer een groep student-archeologen en een ingenieur, die voor de overheid werkte.
Een paar jaar geleden heeft een nieuwe getuige zich gemeld: Jerry Anderson. Zijn verhaal wordt nog nagegaan. Deze getuigen spraken allemaal van een paar kleine menselijke figuren die uit een schijf leken te zijn geslingerd. De schijf was opengereten en ze konden een instrumentenpaneel zien met kleuterstoeltjes. Terwijl zij het tafereel bekeken, arriveerde het leger en die ondernam zonder aarzeling actie. De getuigen werden afgevoerd en door het leger geboden te zwijgen over wat ze hadden gezien, dit in belang van de nationale veiligheid. Het was hun burgerplicht hierover niets te melden.Dit laatste was ook van toepassing op de initiator van de hele gebeurtenis, de vinder van de wrakstukken bij Corona, William ‘Mac’ Brazel. Brazel was farmer en hij vond de vreemde brok-stukken op zijn grondgebied over een oppervlakte van vier-honderd bij honderd meter. Nadat hij aanvankelijk enthousiast zijn plicht dacht te vervullen door de sheriff van Corona in te lichten (die op zijn beurt het leger inschakelde) over interessant neergestort materiaal, eindigde de hele affaire voor hem in een desillusie. Hij werd door legerofficieren voor een week vastgehouden en verhoord. Een kennis kwam Mac in de stad tegen omringd door soldaten. Bij zijn terugkomst was Brazel volledig gedraaid in zijn reactie over het voorval. Vragen over de crash wimpelde hij af met 'alles wat je erover wilt weten staat in de krant', en de opmerking 'denk je iets goeds gedaan te hebben, behandelen ze je zo' is bedenkelijk.
Voor een gedetailleerd verslag wordt verwezen naar "Crash at Corona" (3) en "The Roswell Incident" (4) , beide geschreven op basis van onderzoek van Friedman. Daarin wordt ook gesproken van:
- De locatie van de crash: in de buurt van Trinity Site waar de eerste atoombom is getest. New Mexico en Arizona staan bekend om hun reputatie als gebied van wetenschappelijke innovatie.
- Roswell Army Air Force: waar op dat moment de enige atoombomwerpersgroep van de wereld was gelegerd.
- De niet altijd onopgemerkte truck- en vliegtuigtransporten en de gevolgde route van de wrakstukken en de schijf.
- De omstandigheden van de crash: er werden al twee jaar lang veel vliegenden schijven boven Amerika gezien. Ten tijde van de crash was er zwaar onweer en de vinder van de brokstukken sprak van één gekke knal tussen al het overige onweergebulder.
Alles bij elkaar bevat het Roswell-incident genoeg merkwaardige ingrediënten om de huidige verklaring van een gevonden weerballon te doen wankelen.
Zoals er geen twijfel bestaat over het feit dát er iets is weggeruimd, is het ook zeker, dat wat het ook is geweest, dit iets anders was dan een weerballon. Sterker, de Amerikaanse overheid ontkent de hele gebeurtenis.Het perspectief van de Amerikaanse overheid
Hogere luchtmachtkringen realiseerden zich in die tijd wellicht dat de vondst voorlopig geheim moest blijven om eerst zelf uit te zoeken wat er aan de hand was. Later kon men alsnog met een officieel persbericht naar buiten komen.
In selecte luchtmachtkring was men misschien zelfs wel op de hoogte van het bestaan van andersoortige vliegtoestellen, maar was men nog niet voorbereid op wat er zou moeten gebeuren als een dergelijk toestel zou neerstorten. De geheimhouding over het bestaan van deze toestellen mogen hun vertrouwd zijn geweest, voor officieren die in lagere rang stonden en die het persbericht leverden (Walter Haut, inlichtingenofficier en Blanchard, die Haut de opdracht gaf), was de vondst een nieuw fenomeen en zij misten de procedure 'hoe te handelen bij neergestorte vliegende schotels'.
Dat officiële persbericht (behalve die van de weerballon) is er nooit gekomen. Dit is onder andere te wijten aan het feit dat intern is gebleken dat officieren en/of militairen die met het voldongen feit werden geconfronteerd, vanwege hun functie of positie al de grootste moeite hadden dit te aanvaarden en te verwerken. De luchtmacht heeft in samenwerking met de regering toen misschien besloten (begin jaren 50 moet dit zijn geweest) dat elke aanwijzing ontzenuwd diende te worden als deze zou wijzen op de bevestiging van dit nieuws. Het publiek zou dan op een veel later moment ingelicht worden. Tot op heden is dat niet gebeurd.
Er zijn nu meer dan vijftig jaar verstreken. Dat is een lange tijd om tot besef te komen wat een dergelijk nieuwsfeit impliceert en eveneens een lange tijd om door schade en schande voldoende ervaring op te doen, in de cover-up van het Roswell-geheim in het bijzonder, en die van het hele Ufo-fenomeen in het algemeen.
Buitenlandse politiek
In februari 1961 raakte de Koude Oorlog even in een crisis toen zowel Amerika als Rusland ‘vijandelijke’ objecten registreerden boven Europa en deze bijna fataal interpreteerden (5). Sindsdien zijn wellicht onderling strenge en betere afspraken en procedures gemaakt. Een dergelijke misinterpretatie mocht zich niet her-halen. Zij kon zich toen vermoedelijk wél voordoen, omdat het lager geplaatst militair personeel niet van het geheim op de hoogte was, en tot op de dag van vandaag niet officieel op de hoogte is gesteld.
Ufo's beperken zich niet tot een bepaald gebied of een bepaalde groep. Niet alleen de Amerikaanse regering heeft te maken met de Ufo-problematiek, ook hun rivalen en bondgenoten. De strategie ten aanzien van deze problematiek staat of valt bij wat besloten wordt in andere landen. Het is gewenst dat regeringen (of kringen boven regeringen) in andere landen dezelfde strategie nastreven, namelijk gezamenlijke geheimhouding en onderzoek, en dat dit geheim in bepaalde politieke onderhandelingen mogelijk een rol speelt.
Vraag
Een interessante vraag in dit verband is: zou een doofpot kunnen blijven voortbestaan zolang de Amerikaanse overheid over goed werkende geheime informatiediensten beschikt, de macht heeft, het budget bezit en er de hoogste prioriteit aan geeft?
Het betreft bovendien een precair onderwerp dat veel burgers te onwaarschijnlijk in de oren klinkt. Kan hierom elk gevaar dat de ontmaskering nabij komt, moeiteloos worden blijven afgeweerd?
Of is zoiets uiteindelijk toch niet vol te houden?
Het heeft immers 17 jaar geduurd toen uiteindlijk werd erkend dat een Italiaans passagiersvliegtuig in 1980 per ongeluk neer was geschoten!
Amerikaans onderzoek en de Ufo-doofpot (7)
Na het Roswell-incident bleef het niet stil. Die vijftig jaar ervaring ging na Roswell verder met een reeks projecten waarbij nogal eens iets fout ging. De Amerikaanse overheid heeft met het in de doofpot stoppen van bepaalde zaken met betrekking tot Ufo's vaak de neus gestoten.
De onderzoeksprojecten waren in chronologische volgorde (vanaf ca. 1950 tot 1970): Project Sign, Project Grudge, Project Blue Book, het Robertson Panel en het Condon Rapport.Sign
Omdat Project Sign gedeeltelijk openbaar was, kregen medewerkers van dit project niet alles te weten en leidde dit op den duur tot argwaan.
Het Ufo-incident ‘Mantell’, de verongelukte piloot Thomas Mantell, die eind jaren veertig een Ufo achterna ging, maar daarbij te hoog kwam en buiten bewustzijn raakte, veroorzaakte problemen binnen Project Sign. De luchtmacht kwam namelijk met een verhaal over Venus dat de pers niet accepteerde en daarna werd de weerballon weer als verklaring gegeven en daar moest de pers het mee doen.
De projectmedewerkers gaven hun eigen visie in een memo aan Washington. Daarin werd gesproken over buitenaardse toestellen. Generaal Hoyt Vandenberg in Washington wilde hier niet aan en hield de memo tegen.
De medewerkers waren het hier niet mee eens en Project Sign ging ten onder, omdat men van hogerhand vreesde dat geheimhouding niet was te garanderen. Sign verdween uit de publiciteit, maar in werkelijkheid ging het onderzoek door en kreeg het een naamsverandering: Grudge.Grudge
Leider van Grudge werd Edward Ruppelt en wetenschappelijk adiviseur werd Ufo-scepticus prof. J. Allen Hynek, die later een fervent Ufo-onderzoeker zou worden.
In dit onderzoeksproject kwam de nadruk te liggen op de mensen die Ufo-waarnemingen rapporteerden. Intussen vond de luchtmachtleiding het niet prettig dat buitenstaanders zich zo intensief met het Ufo-fenomeen bemoeiden.
Toen in het voorjaar van 1952 een golf Ufo-waarnemingen de autoriteiten overspoelde, waaronder een waarneming boven Washington, verdween Grudge en werd Project Blue Book opgestart.Blue Book en Robertson Panel
Blue Book had tot taak mensen gerust te stellen in plaats van Ufo-gevallen te analyseren. Hoe dat geruststellen zou moeten gebeuren, werd besproken tijdens een bijeenkomst die later bekend werd als het Robertson Panel.
Er werden tactieken uitgedacht om de media te bespelen.
De tactieken betroffen: het uitbrengen van documentaires en cartoons, infiltreren in zakenclubs en universiteiten en het beïnvloeden van tv-stations om bewust of onbewust samen te werken met de CIA bij het bagatelliseren en bespotten van het Ufo-fenomeen. Documentaires moesten eerst boeiend zijn en dan gevolgd worden door een simpele verklaring.
Prof. Dr. Donald Menzel, die een dubbelleven leidde, werkte hier aan mee. Dit ontdekte Friedman door gespit in archieven en bibliotheken. Menzel was een zeer getalenteerd man, een wetenschapper, die ook boeken schreef en een scepticus was, maar in het geheim voor de NSA (National Security Agency) werkte. Hij had tot voornaamste taak het ontzenuwen van Ufo-berichten.
Een ander doel dat het Robertson Panel stelde, was het waken over civiele Ufo-organisaties zodat die een niet al te grote invloed kregen op de publieke opinie.
Toen ging er weer iets mis. Zoals bij Sign het geval was, kregen ook bij Blue Book medewerkers achterdocht. De taak die de Project Blue Book medewerkers kregen, was voornamelijk het verzamelen van Ufo-meldingen en het geruststellen van het publiek. Sommige leden van het panel waaronder Hynek, kregen het gevoel dat de echte interessante gevallen die ze hadden verzameld hun neus voorbij gingen, en dat zijzelf de oninteressante gevallen moesten onderzoeken. Ze hadden het gevoel dat ze gemanipuleerd werden en dat binnen de luchtmacht en de veiligheidsdiensten andere groeperingen (bijv. de MJ-12, zie verder) zich in het geheim met de werkelijke Ufo-waarheid bezig hielden.Hynek ging later voor zichzelf verder met zijn eigen verzamelde Ufo-incidenten, waarvoor men ook geen natuurlijke oorzaak had kunnen vinden. Hij richtte een eigen Ufo-organisatie op (Centre for Ufo studies Chicago/Illinois(12/13)) en veranderde van scepticus in een Ufo-onderzoeker met verschillende goede publicaties op zijn naam.
Er kwam intussen weer meer druk van het publiek en veel kritiek op Blue Book. Vervolgens had de regering het plan opgevat om nu voorgoed af te rekenen met het Ufo-fenomeen. Zij deelde in de openbaarheid mee dat er onderzoek zou worden verricht naar het Ufo-fenomeen en er een conclusie zou worden opgesteld. Met dit onderzoek werd de universiteit van Colorado belast die inzage kon krijgen in de gegevens die door Project Blue Book was verzameld.Condon rapport
De onderzoekers zouden ongehinderd hun gang kunnen gaan. De commissie stond onder leiding van Edward Condon (had tijdens de tweede wereldoorlog naam gemaakt in de ontwikkeling van de atoombom) en twaalf wetenschappers die steun zouden krijgen van civiele Ufo-organisaties waaronder het NICAP met majoor Donald Keyhoe als hoofd hiervan. Keyhoe stond sceptisch tegenover de Amerikaanse luchtmacht. Hij kreeg deze achterdocht toen hij merkte dat de luchtmacht hem nooit iets over Ufo's wilde vertellen als hij erom vroeg. Hij had het vermoeden dat de luchtmacht gegevens achterhield over de ware aard van Ufo's.
De verwachtingen van deze samenwerking waren hoog, maar al spoedig bleek dat Condon dit enthousiasme bekoelde en de voortgang bewust dwarsboomde. Toen vervolgens een decaan van de universiteit zich in een memo uitliet over hoe de universiteit zich met dit onderzoek naar buiten toe moest presenteren en het NICAP dit memo onder ogen kreeg, was er een begin gemaakt aan een slechte verstandhouding tussen het NICAP en de commissie. Uiteindelijk wilde het NICAP geen formele steun meer geven. Het geloof in het Condon Rapport werd er door ondermijnd.
De conclusie van het Condon Rapport luidde uiteindelijk:"De regering heeft ten aanzien van het Ufo-verschijnsel niets in de doofpot gestopt en het Ufo-onderzoek heeft de wetenschap de afgelopen 21 jaar niets opgeleverd".
De luchtmacht, CIA en NSA waren natuurlijk blij met deze conclusie en in december 1969 kwam de Amerikaanse regering met het persbericht dat Project Blue Book was ontbonden en de overheid zich terugtrok uit het onderzoek naar Ufo's.
Enige citaten van Hynek (5) :
Hynek was astronoom op de Harvard University, en was uitgenodigd onderzoek te doen naar onverklaarbare Ufo-waarnemingen. Hij werd adviseur bij project Grudge en Blue Book. Hij was jarenlang belast met de taak Ufo-meldingen die bij de Amerikaanse luchtmacht waren binnengekomen, te trachten te verklaren en dit lukte hem in 80% van de gevallen. Hij benaderde het onderwerp als compleet scepticus. Hij kwam tot de conclusie dat Ufo’s beschouwd moeten worden als een bestaand, maar onbekend verschijnsel.
Hier volgen enkele citaten van hem uit 1975, zes jaar na het persbericht over de conclusie van het Condon Rapport:“..en daar stond hij dan, het hoofd van project Blue Book, zeggend dat er geen radargevallen waren die onverklaard waren. Ik had bijna de neiging op te staan en te zeggen, ‘Je liegt!’, maar het was het congres en ik deed het niet”.
“Ik weet wel zeker dat tijdens ons kunstmaan waarnemings-project een aantal dingen op de films stonden, welke nooit zijn nagetrokken; zij waren geen onderdeel van het project! Iemand die beweert dat de Baker-Nunn camera’s nooit iets vreemds hebben opgepikt, is volkomen fout, want ik weet, dat het gebeurd is. Ik had zelf de leiding van dat project!”
“Ik trachtte wanhopig voor de meest bizarre meldingen nog een redelijke verklaring te geven”.
“Toen in 1948, in het begin, zou ik er alles onder hebben durven verwedden dat in 1952 de hele zaak vergeten zou zijn. Het was de hardnekkigheid van het verschijnsel, niet alleen in de VS, maar in de gehele wereld, welke uiteindelijk mijn aandacht trok”.
“Er waren nog altijd wel wat raadselachtige gevallen maar na het Robertson Panel, hetgeen het grote keerpunt was, waren er orders van boven gekomen het onderwerp in de doofpot te stoppen. Het moest gebagatelliseerd worden”.
Over Edward Ruppelt:
“Hij deed enorm z’n best om de meldingen van hun geheimzinnigheid te ontdoen en toch had hij die vreemde gewaarwording... er was iets aan de hand waar hij niet bij kon. Hij wilde geen contact met professoren en hij gaf niet veel om Menzel, want Menzel kwam langs en zei eenvoudig dat hij alles al had verklaard en Ruppelt was te intelligent om dat te aanvaarden”.“Ruppelt werd opgevolgd door Hardin. Een slappe vent die het rustig aan deed. Een carrièreman die steeds voor één ding oog had, de dag dat hij met pensioen zou kunnen gaan. Hij wilde makelaar worden en besteedde veel van zijn tijd aan het lezen van artikelen over de effectenmarkt”.
Over zichzelf:
“Het is waar, het is waarschijnlijk mijn fout, omdat ik weifelde, er waren tijden dat ik wonderbaarlijke gevallen kreeg en dan was er weer een hele periode dat ik alleen maar vreselijke slechte gevallen kreeg en ik dacht bij mezelf, ‘ach, dan is het toch allemaal onzin’ en dan ging ik weer door een Ufo-depressiefase en dan kwam er enkele weken later toch weer een zeer interessante waarneming”.“Eerlijk gezegd, ik bekommerde me veel meer om mijn eigen carrière toentertijd. Ik wist, dat wanneer ik werkelijk zou gaan zeggen, dat er iets aan de hand was, ik voor gek verklaard zou worden en dat men dan mijn diensten niet langer nodig zou hebben”.
“Als ik er niet gewerkt had, zou ik thans niet weten hoe de luchtmacht-dossiers eruit zien. Ik zette mijn trots min of meer opzij en zag in, dat alles een spelletje was en dat er geen enkele kans was een wetenschappelijk gesprek met deze mensen te voeren”.
Deze citaten zijn gemaakt in een tijd toen alle commotie rond de Roswell-gebeurtenis al geruime tijd was bedwongen en verzwegen. In het boek “de grens van de werkelijkheid” wordt Roswell niet genoemd. Waarschijnlijk was Hynek toen niet bekend met het incident, immers Friedman’s onderzoek van Roswell startte pas eind jaren zeventig.
Andere signalen die wijzen op een Ufo-doofpot
- De Majestic 12 (M12, MJ12)
- Area 51
- Ruimtevaartprogramma
- NASA
- Luchtvaart
- Wat presidenten er zoal over zeggen
- Militaire afzettingen
De Majestic 12 (M12, MJ12)Geheel onverwacht ontving filmproducent Jaime Shandera in 1984 van een anonieme afzender een 35-mm filmrolletje over documenten die ultra geheim zouden zijn. Ook wordt op deze film een opsomming gemaakt van twaalf personen, de Majestic 12, die belast waren met de nazorg van het Roswell-incident.
Later kreeg ook Timothy Good, een Brits Ufo-onderzoeker dezelfde film met de mededeling dat hij het mocht gebruiken in zijn toen nog uit te geven boek "Above Top Secret".
Friedman, Berliner, Moore en Shandera zijn twee jaar bezig geweest om de film te bestuderen. Friedman zegt hierover dat wie het ook was die de film heeft samengesteld, hij of zij een behoorlijke kennis moet hebben gehad van wat er zich achter de schermen heeft afgespeeld. Dat kon Friedman weten, omdat hij zelf jarenlang in bibliotheken en in archieven had gespeurd naar bruikbaar materiaal van namen, connecties en memo’s.
De MJ-12 documenten zouden, als ze authentiek zijn, ondubbel-zinnig aantonen dat de Amerikaanse regering in 1947 een vliegende schotel heeft geborgen en tot op de dag van vandaag bezig is deze te bestuderen.
Het is, zoals zo vaak het geval, nog niet mogelijk geweest om de authenticiteit van de film aan te tonen. De MJ-12-film kan nep of echt zijn. Vervolgens beweert Don Berliner dat als het nep is, deze hele constructie dan wel had moeten worden uitgevonden om een dergelijk 'strategische ramp' als die van formaat "Roswell" het hoofd te kunnen bieden.
Area 51Dan is er nog Area 51, Dreamland of Groom Lake als aanwijzing.
Deze militaire basis (Nellis Air Force) zou rond 1953 in het leven zijn geroepen. Het is een zeer geheim en streng bewaakt militair gebied in de woestijnen, ongeveer 130 km ten noorden van Las Vegas, waar onbevoegden zeer beslist niet gewenst zijn. Dit wordt aangegeven op borden als "we are allowed to kill". Het gebied is van alle kanten voorzien van waarschuwingsborden tegen het betreden van het terrein of het maken van foto's. Apollo-11-astronaut Michael Collins, de commandant van de Colombia, zei ooit dat hij zich nog nooit zo bedreigd heeft gevoeld als daar op Nellis. Tijdens zijn opleiding in 1953 stierven er tweeëntwintig mensen in elf weken tijd.Nieuwsgierigen trekken met campers en terreinwagens voorzien van de nodige high-tech langs dit gebied. Voor sommigen is het een spannend spel geworden om te ontdekken wat zich daar allemaal afspeelt. Voor anderen is het bittere ernst en zij vragen zich af wat de regering met hun belastingcenten uitspookt.
Het is bekend dat er in Area 51 technologische experimenten plaatsvinden. Er is zelfs al Ufo-achtig gedrag op videocamera vastgelegd (9) en er zijn meer waarnemingen gedaan door getuigen die zeggen dat het maar goed is te weten dat het Area 51 is, en geen andere plek.Een verschijnsel dat mogelijk verband houdt met Area 51 vormen de Flying Triangles (FT's). Wereldwijd worden waarnemingen gerapporteerd van vliegende driehoekige voorwerpen.
De voorwerpen zijn vaak groot, geluidloos, donker en kunnen een zeer hoge snelheid bereiken. Ondanks dat ze Ufo-kenmerken bezitten, zijn er geruchten dat het hier gaat om aardse onbemande toestellen, ontwikkeld in Area 51 op basis van zeer geavanceerde techniek. Die techniek zou zijn ontwikkeld na jarenlange studie van de gecrashte Roswell-ufo. Die techniek zou ook de Stealth en de B-2 hebben voortgebracht.
RuimtevaartprogrammaVorig jaar was op het journaal en in de krant de vervanger/ opvolger van de Space-Shuttle te zien. De X-30 zou door 35 man gestart kunnen worden in plaats van de 1000 man die nodig zijn bij de Space-Shuttle. In 1990 werd plotseling de SR-71 afgedankt. Een supersonisch toestel dat niet meer voldeed.
Een grote autoriteit op het gebied van de lucht- en ruimtevaart in Amerika (NASA), waarvan ik de naam niet meer weet, zei in een Oostenrijkse documentaire "Spaceships of the third millenium" dat er in de woestijnen in de buurt van Las Vegas (doelend op Area 51) ultra geheime projecten worden uitgevoerd op het gebied van lucht- en ruimtevaarttechnologie. Het zou gaan om ramjets en scramjets die mach 7 zouden kunnen bereiken.
Nog niet zo lang geleden werd ‘ineens’ het nieuws bekend over primitieve levenstekens van Mars op een meteoriet. Kort daarop luidde de reactie van Clinton dat het ruimtevaartprogramma zich moest richten op een nieuw plan om naar Mars te gaan. Binnen drie maanden lanceerden de Russen een raket met bestemming Mars.
En wat te denken van de Aurora, een niet officieel erkend verkenningsvliegtuig?
NASAOok de NASA speelt een rol in de cover-up van Ufo's. Er zijn enkele verdachte kanttekeningen te maken over de Apollo-periode van de NASA. De kanttekeningen betreffen:
*
Tijdens het Apollo-project kwamen in de krant nog weleens berichten over verrassende ontdekkingen als "vreemde lichten", "water op de maan" en "vreemde bouwsels op de maan". Waar kwamen die berichten ineens vandaan en waren die bronnen toen niet op de hoogte van de geheimhouding omtrent Ufo's?
Daarna is het opvallend rustig geweest over deze ontdekkingen, althans in de publiciteit, want het onderzoek hiernaar vindt nog wel plaats.*
Er vindt onderzoek plaats naar NASA-maanfoto's waarop bouwsels te zien zouden zijn, die door een intelligentie lijken te zijn ontworpen.
Er zijn veel foto's gemaakt van de maan, slechts een klein deel wordt aan het publiek getoond, vaak dezelfde foto's. Wat is er met de rest aan de hand? Daarnaast wordt beweerd dat in bepaalde gevallen, als men foto's van een specifiek maangebied opvraagt, men steeds iets anders krijgt toegestuurd. Betekent dit dat de NASA zijn administratie niet in orde heeft of gaat het hier om uiterst 'gevoelig' materiaal?*
Onderstaande tekst is samengevat uit het boek "Naar de maan"(6)
Het boek doet verslag van de ervaringen van de astronauten. Hierin wordt genoemd dat de Apollo-11-astronauten tijdens een interview openlijk toegaven een Ufo te hebben gezien. Toen ze het voorwerp zagen, dachten ze in eerste instantie te maken te hebben met een deel van de Saturnusraket. Ze vroegen Houston waar dat deel van de raket zich moest bevinden. Het antwoord was veel verder dan hun geschatte afstand tot het voorwerp. Er werd verder over gezwegen.De eerste maanlanding met Neil A. Armstrong en 'Buzz' Aldrin ging nog maar net door. Kort voordat ze wilden landen, verscheen er een errorcode op het instrumentenpaneel. Ze wisten niet wat de code betekende en vroegen Houston om raad. Houston kon melden dat er sprake was van een ‘program executive overflow’. Een antenne kreeg teveel aan input zogezegd. Niet iets om zich zorgen over te maken en Houston besloot de landing voort te zetten. Het is onduidelijk waardoor die overflow precies is ontstaan. Houston en de astronauten houden het op inputsignalen van de commando-module die rond de maan bleef draaien en inputsignalen van Mission Control. Er wordt ook beweerd dat de landing van de Apollo-11 op afstand gevolgd werd door onbekende vliegende voorwerpen. Deze informatie zou dan als topgeheim bij de NASA worden achtergehouden.
*
Astronaut Gene Cernan persconferentie 4-1-73 Los Angeles:
“Ik geloof dat Ufo’s toebehoren aan iemand anders en dat ze van andere beschavingen zijn” (5) .Astronaut Cordon Cooper 1-7-73 Cape Canaveral Florida:
“Ik geloof dat Ufo’s onder intelligente controle, onze planeet al duizenden jaren lang hebben bezocht” (5).J. Allen Hynek:
“De astronauten? Een paar van de filmbeelden van de Nasa welke ik onderzocht heb, waren zeer interessant en met name die, welke tijdens de Apollo 11 vlucht zijn gemaakt”.
Nasa fotonr: 56663402 (Emenegger R., ufo’s past, present, and future, Ballantine) Foto toont een voorwerp met het silhouet van een bepaalde vorm. (5)Vele astronauten waren waarschijnlijk getuigen van het Ufo- verschijnsel. Soms werden deze berichten gecodeerd doorgegeven zoals 'we krijgen net door dat Sinterklaas wel bestaat'. De meldingen van de astronauten betreffen niet alléén de z.g. 'vuurvliegjes', schilfers van de Saturnus-V-raket, maar werden onder andere door James Lovell ook 'bogies' genoemd.
Er zouden tapes bestaan met gesprekken van astronauten met Houston waar meerdere keren door astronauten melding wordt gemaakt van een Ufo-waarneming. Ook zijn er banden waarop de communicatie tussen de astronauten en Houston wordt onder-broken door een taal die onbekend is gebleven. De Apollo-8- astronauten zouden ook te kampen hebben gehad met een vreemd (paars)licht en geluid dat voortdurend bij hun in de buurt bleef.De NASA wil niet meewerken aan het vrijgeven van informatie die hierover uitsluitsel kan geven.
LuchtvaartEn de geheime diensten kampten of kampen nog met de oorzaak van de Boeingramp TWA 800 vorig jaar. Bomexplosie? Terreur-daad? Militair foutje? Technisch mankement? Menselijke fout? Botsing met een FT?
Zolang de Amerikaanse overheid geen open kaart speelt over het Ufo-onderwerp en geheime testvluchten houdt, worden dergelijke gebeurtenissen als hierboven met argwaan bekeken en gevolgd.Er is namelijk een melding geregistreerd van piloten in een Boeing in de buurt van Manchester (England) waarbij een Ufo met enorme snelheid richting cockpit bewoog en waarbij een van de piloten automatisch bukte om het ding niet te raken! Er zijn meer gevallen beschreven waarbij Ufo's in de buurt van vliegtuigen zijn waargenomen.
Toen het Belgische volk in 1989-1992 op de hoogte werd gebracht over steeds weer terugkerende vreemde hemelverschijnselen gingen velen 's avonds naar buiten om dit te bekijken. Zowel burgers als de overheid bemoeiden zich met dit verschijnsel. Deze openheid was zeer merkwaardig en kennelijk een vergissing geweest, want op de persconferentie ging het vertonen van een video-opname plotseling niet door. In Ufo-kringen is deze film wel te zien. In zwartwitbeeld is te zien hoe een van de lichten met enorme snelheid naar de straaljager toe beweegt. (7) (9)
Op een film van een proefvlucht van de Brits-Franse Concorde is te zien hoe een Ufo van boven in beeld naar beneden zakt, naast het vliegtuig meevliegt, er onderdoor gaat naar de niet zichtbare kant voor de camera, weer tevoorschijn komt en even blijft hangen om vervolgens weer naar boven te verdwijnen.
Er is een filmpje in omloop, gefilmd vanuit de Space-Shuttle, waarop is te zien hoe een object naar de aarde toe beweegt en vervolgens in een hoek van ongeveer negentig graden weer de ruimte ingaat!
Officiële instanties of deskundigen hebben voor dergelijk film-materiaal vaak onwaarschijnlijker verklaringen dan voor het Ufo-fenomeen zelf. Er wordt een onsamenhangend verhaal opge-hangen over spiegelingen en storingen.
Wat presidenten er zoal over zeggenRonald Reagan (de man van het SDI-project, de bouw van een ruimteschild) hield eens een eigenaardige redevoering waarin hij het aspect buitenaards leven noemt. De burgers van alle naties zouden in wezen niet veel van elkaar verschillen en allemaal aardling zijn als er ooit een bedreiging van buiten de aarde zou komen. ‘Zijn we dan niet allen aardlingen?’ waarmee Reagan doelde op een mondiaal bewustzijn. Deze bewoordingen komen in een heel ander licht te staan wanneer wordt vermoed dat de Amerikaanse regering veel meer weet over de oorsprong van Ufo's dan zij tot nu toe heeft prijsgegeven. (9) (7)
Aan Bill Clinton werd eens rechtstreeks de vraag gesteld door een Ierse jongen (tijdens een bezoek waar scholieren de mogelijkheid kregen een vraag aan de president te stellen) of de neergestorte Ufo bij Roswell nu wel of niet een feit was. Bill Clinton antwoordde heel diplomatiek dat hij hoopte dat als het waar is, ze hem hierover zouden inlichten.
Militaire afzettingenOpmerkelijk zijn ook de militaire afzettingen na de ontdekking van een complexe graancirkel. Als het ging om alleen de orde te handhaven onder de opdringerige bezoekers, had men toch
kunnen volstaan met de hulp van de regionale politie?Graham Birdsall (Brits Ufo-onderzoeker van de Quest International, die ook het blad Ufo-magazine uitgeeft (11) ) wijst het publiek op het bestaan van Fylingdale (Britse North Yorkshire): een controlestation die alles registreert wat het luchtruim binnenkomt van Noord-Amerika, Europa tot en met Moskou.
In de periode 1971-1990 zijn 7000 Ufo's gesignaleerd boven Noord-Amerika en Engeland. Deze informatie is sinds kort bekend en op FOIA-verzoek vrijgegeven. Het gebied is zeer streng bewaakt via bewegingsdetectoren. (9) (7)
EINDE DEEL 2 (Naar conslusie)
BRONNEN
“Crash at Corona” (3)
S. Friedman/D. Berliner 1992
5e druk 1995
Marlowe & Company New York
ISBN: 1-56924-863-X“The Roswell Incident” (4)
Charles Berlitz/ William Moore 1980
vertaling: Richard W. Lodge & Anja Y. Lodge-Vogel
BV uitgeversmaatschappij Elsevier Boekerij
Elsevier 1982 Amsterdam/Brussel
ISBN: 90-100-4085-2“De grens van de werkelijkheid” (5)
J. Allen Hynek/Jacques Vallée 1975
Manteus Ufo info Brussel & Den Haag
“The edge of reality”; vert. Douwe J. Bosga
ISBN: 90-223-0598-8“Naar de maan” (6)
H. Hurt
New York Atlantic Monthly Press 1988
“For all mankind”; vert: Ans van der Graaff
Amsterdam De Boekerij 1990
ISBN: 90-225-0995-8“Het geheimboek UFO” (7)
Helmut Lammer, Oliver Sidla
oorspr. titel: UFO geheimhaltung, vert. Jan Smit
uitgever: Henk J. Schuurmans
Ufo-geheimhaltung-München: Herbig 1995
Tirion Baarn
ISBN: 90-5121-599-1Lecture by S. Friedman (9)
& lecture on video by Friedman
Ufo-congres Paradiso 7 juli 1996
“Flying saucers are real”